






 |
Hildeward Hoenderken, Hans Hilverda , Frank van Tatenhove
Laatste update 5 julie 2011 Fokwaarde met
medewerking van leden EGCN
Fokwaarde schatting voor de Cavalier lees meer
klik hier
Het Cavalier Internationaal Symposium te Parijs
georganiseerd door de Cavalier Club Frankrijk op 11 july 2011 PDF
formulier
klik op de tekstlink voor downloaden, orrigineel
kan op verzoek verkregen worden bij de penningmeester.
Alle informatie staat op de folder er wordt
simultaan vertaald van het Frans naar het Engels, plaats: Hotel Hyatt
Regency Paris - Avenue du Bois de la Pie - Paris Nord
Beschuldigen Cavalierfokkers uiterst voorbarig en kan worden opgevat als
Smaad & Laster.
Door: Pauline Jordens document
klik op de tekstlink voor downloaden
De Cavalier Club Nederland gaat namelijk naar alle
verwachting het hun in een ultimatum gestelde convenant woensdag 27 april niet
tekenen.
Het artikel:
Beschuldigen Cavalierfokkers uiterst
voorbarig en kan worden opgevat als Smaad & Laster.
Door: Pauline Jordens
1546 Estienne: eerste vaststelling syringomyelie bij mensen (kadaver dissectie)
1891 Chiari: Prof.A.Chiari beschrijft Chiari malformatie als mogelijke oorzaak
1987 Eerste vaststelling syringomyelie bij een Cavalier, Royal Veterinary
College U.K.
1997 Start MRI onderzoek C.Rusbridge (U.K.), studie afgerond in Nederland (…)
De aandoening en het ontstaan van de hetze tegen het ras de Cavalier King
Charles Spaniel.
Al vele jaren is de neurologische aandoening syringomyelia bekend bij mensen,
leeuwen en honden en vanaf eind jaren 90 wordt de Cavalier King Charles Spaniel
hier telkenmale, terecht of onterecht, mee geassocieerd. In even zovele jaren is
de wetenschap er nog steeds niet in geslaagd een bewezen oorzaak voor het
ontstaan van de aandoening te vinden. Er wordt nog altijd veel verondersteld en
gesuggereerd.
DNA onderzoek brengt de fokker tot op heden helemaal niets; een marker is nog
niet gevonden.
In de media wordt sinds de komst van de MRI scan door medici gesproken over:
“baanbrekende inzichten op het gebied van de veterinaire neurologie &
kynologie”.
Het MRI onderzoek heeft de rashondenfokker tot op heden echter meer vragen dan
antwoorden opgeleverd.
De onderzoeken strekken zich nog niet uit over voldoende grote populaties,
conclusies worden geregeld voorbarig getrokken en vervolgens door de media
overgenomen en ongenuanceerd gepubliceerd. Dit heeft de laatste jaren voor grote
paniek gezorgd, zowel onder de fokkers als onder de particuliere hondenbezitter.
De media roept over mogelijke oorzaken als: “een te smalle genenpool, lijn- en
inteelt”, een “door fokkers nagestreefd bepaald type hoofd” of “een fout in de
ontwikkeling van het embryo” en fokkers die hun dieren (nog) niet scannen worden
“Moordenaars van het ras” genoemd in Nederlandse Landelijke Dagbladen.
Oorzaak van het grootste misverstand onder het publiek zijn de steeds
weerkerende cijfers 95% Chiari Malformatie en 50% syringomylia. Dat Chiari
Malformatie de (mede-) oorzaak is van syringomylie is nog steeds niet
wetenschappelijk aangetoond. Met de 50% syringomyelia wordt bedoeld het aantal
hondjes dat “iets”laat zien op de MRI beelden. Van deze 50% is tot op heden
uiteindelijk zo’n 5% daadwerkelijk lijder gebleken aan de aandoening en
bovendien in zeer uiteenlopende gradaties van mild tot ernstig. Dit percentage
werd de afgelopen jaren aangetoond in 3 populatie-onderzoeken onder 1100, 283 en
ca. 1000 Cavaliers afkomstig uit vele landen. Dankzij de komst van de MRI scan
veronderstellen (want: niet bewezen) wetenschappers dat de aandoening
(mede)ontstaat door o.a. een te groot hersenvolume in verhouding tot de ruimte
in het achterste deel van de schedel en een verwijd ruggenmergkanaal. Via
internet verspreidde zich vervolgens de term: ”uitpuilende hersenen” razendsnel
en bracht het ras even zo snel in totaal diskrediet.
Men zou zich het volgende kunnen afvragen:
Zou het misschien kunnen zijn dat de aandoening al veel langer bestaat dan,
zoals men beweert bij de Cavalier, bij het ontstaan van het ras?
Zou het zo kunnen zijn dat vele kleine hondenrassen hetzelfde beeld laten zien
onder de MRI scan?
Zou het zo kunnen zijn dat gedurende al honderden jaren de symptomen werden
toegeschreven aan andere aandoeningen?
Zou het zo kunnen zijn dat de gevoelige, zachtaardige en sensibele Cavalier veel
eerder aangeeft dat hij zich niet prettig voelt, vergeleken bij andere rassen
die misschien wel ernstiger aangedaan blijken onder de MRI scan?
Zou het zo kunnen zijn dat door selectie middels de MRI scan verbetering te
verwachten is?
Zou het zo kunnen zijn dat over een X-aantal jaren, wanneer men naar verwachting
meer weet over het ontstaan en de erfelijkheid van de aandoening, fokkers en ras
gerehabiliteerd dienen te worden?
Zou het zo kunnen zijn dat de eerste Cavalier die zich meldde met symptomen,
louter toevallig een Cavalier was?
(Met als gevolg: publicaties in aanvankelijk uitsluitend Cavalier Magazines, met
als gevolg nog meer MRI onderzochte Cavaliers, met als gevolg nog meer
vaststellingen van genoemde aandoening, met als gevolg alarmerende en
paniekzaaiende publicaties op internet, tv, in de kranten en op forums, met als
gevolg nog meer MRI scans door bezorgde eigenaren en fokkers, met als gevolg de
Pedigree Exposed uitzending in Engeland, met als gevolg Zembla en Meldpunt in
Nederland, met als gevolg de uiteindelijke hetze tegen het ras en nu een
dreigende rechtszaak van Dier & Recht inzake een fokverbod.)
Een oud boek komt op tafel:
Die Beurteilung des Hundes, Prof. E. Hauck, Germany. (ca 1950)
Dit boek werd uitgegeven in de beginjaren vijftig en was bedoeld voor
keurmeesters en fokkers van rashonden. Het doet verslag over onderzoeken
verricht door de Professoren Klatt, Hauck, Haller, Brandt,
Kramer e.a. De onderzoeken vonden plaats in de jaren 1894-1950 d.m.v.
kadaverdissectie op honderden honden van 77 rassen. Men vergelijkt veelvuldig de
bouw van de kleine met de grote rashond.
Conclusies
Reeds op pagina 9 van het boek een voor de Cavalierfokker interessante
conclusie, de Wet van Haller:
”De hersenmassa neemt niet evenredig af met de lichaamsgrootte”.
In 1919 leidde een onderzoek van Prof. Brandt naar: “Verbazingwekkend groot is
de schedelholte-inhoud van de kleine honden”.
In 1938 stelt men nogmaals vast: “De kleine hond heeft in verhouding meer
reukvezels en naar verhouding grotere hersencentra”.
Een andere conclusie luidt: “De kleinste honden van onze cultuurrassen hebben
nog altijd half zo grote hersenen dan hun grootste familieleden die hen qua
lichaamsgewicht met een veelvoud overtreffen”.
In diezelfde periode stelt men vast dat evenals de hersenen ook het gebit niet
evenredig afneemt. De tanden zijn eigenlijk in verhouding te groot en te dicht
op elkaar geplaatst.
Pagina 13 van het boek geeft een voor de hedendaagse fokker bijzonder treffende
conclusie weer:
“De vorm van het achterhoofdsgat is bij de grote hond significant kleiner”. (Men
merkt dus de afwijkende vorm op van het achterhoofdsgat van de kleine hond maar
verbindt er geen conclusies aan.)
Pagina 17 van het boek geeft eveneens een bijzondere vaststelling weer:
”Het halsgedeelte is bij de kleine hond relatief korter en het centrale
ruggenmergkanaal is over het algemeen wijder”.
Pagina 97 en verder:
“De grootste onevenredigheid in verhouding tussen de grote en kleine hond spitst
zich toe op het hoofd. Het skelet, musculatuur, lichaamsgewicht en
bewegingsapparaat nemen allen veel evenrediger af bij de kleine hond” en “De
onevenredigheid in vergelijk met de grote rassen spitst zich toe op de
ontwikkeling van de hersenen, het gebit, de oogholten, de reukvezels, het
trommelvlies en de bouw van de schedel.”
Metingen
Men verricht vele metingen en wegingen van de schedelholte-inhoud en vergelijkt
dat met de grote rassen.
Zonder uitzondering zijn ze allen opzienbarend in onevenredigheid. Enkele,
willekeurige voorbeelden:
Een Keeshond van 13 kg heeft gemiddeld 93 gram hersengewicht, een Franse Bulldog
van 11 kg heeft 90 gram hersengewicht, een Chinese Naakthond van 5 kg heeft 54
gram hersengewicht.
Een ander groot onderzoek onder 137 kadavers van 39 rassen geeft de volgende
gemiddelden weer in cm3:
Ierse Wolfshond 122, Rottweiler 105, Ierse Setter 90, King Charles 75, Mopshond
65 en de Dwergpincher van enkele kilo’s bezit altijd nog gemiddeld 55 cm3
herseninhoud.
Onder de 77 rassen werd geen enkele Cavalier onderzocht……want:
Naschrift
Bovenstaande onderzoeken vonden plaats VOORDAT de Cavalier als ras ontstond.
Een beschuldigende vinger richting hedendaagse fokkers kan dus zeker als
onterecht beschouwd worden.
De bewering over de zgn. lijnteelt als oorzaak, op de 2 voorouders van de
hedendaagse Cavalier, lijkt eveneens absoluut onjuist. De kwaal was er veel
eerder dan het ras. De bewering “Hersenvolume vergeleken met schoenmaat 40,
gestoken in een schoen van maat 38” lijkt te komen uit de jaren waarin
bovenstaande onderzoeken plaatsvonden. Helaas, die bewering werd zeer recent
gedaan; vroeger was men wat voorzichtiger met dit soort uitspraken…
Syringomyelie en Chiari Malformatie lijken beslist geen nieuwe aandoeningen te
zijn, expliciet voorkomend bij de Cavalier. Het is waarschijnlijk een aandoening
die altijd al voorkwam bij kleine rassen en men mag hopen dat het de hedendaagse
fokkers gegund is om samen met de moderne wetenschap te zoeken naar duidelijkere
inzichten in deze moeilijke materie om in alle rust te kunnen werken aan datgene
wat de doelstelling van alle aangesloten Clubfokkers ter wereld is:
Het in stand houden en verbeteren van het alom zo geliefde ras: de Cavalier King
Carles Spaniel.
|